Zeer dringende reden voor de toekenning van bijzondere bijstand voor medicinale cannabis
De Raad is van oordeel dat in de omstandigheden van betrokkene sprake is van zeer dringende redenen als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de WWB. Daaruit vloeit voort dat het College de bevoegdheid toekwam om bijzondere bijstand te verlenen voor de kosten van medicinale cannabis. Naar het oordeel van de Raad had het College er in redelijkheid niet van kunnen afzien om van deze bevoegdheid gebruik te maken en had het College aan appellant met ingang van 1 juli 2006 bijzondere bijstand dienen te verlenen voor de kosten van 3 gram medicinale cannabis per dag.
Meer:
- Terugvordering bijzondere bijstand voor griffierecht
- Toetsing van buitenwettelijk begunstigend beleid met betrekking tot meerkosten gebruik cannabis voor medische doeleinden
- Artikel 35 eerste lid van de WWB vormt niet de bevoegdheidsgrondslag voor de verlaging van de bijzondere bijstand wegens verwijtbaar gedrag
- Verlenging grafrecht zijn geen noodzakelijke kosten
- Vermindering van verschuldigde inkomstenbelasting in verband met aftrek van buitengewone ziektekosten wordt voor de bijstand buiten beschouwing gelaten